| In 1959 stierf mevrouw Betty Malz aan buikvliesontsteking. Ze herinnert zich dat, terwijl haar vader naast haar levenloze lichaam telkens de naam van Jezus herhaalde, zijzelf moeiteloos de top van een heuvel beklom, die met fluweelachtige gras bedekt was. Naast haar was een majesteitelijke zilverachtige-marmeren muur. Een engel stapte naar voren en opende prachtige doorschijnende paarlen poorten. Toen hij haar vroeg of ze naar binnen wilde gaan, antwoordde mevrouw Malz, dat ze liever terug naar haar gezin wilde. Maar terwijl ze tussen de poorten stond en naar binnen keek, ontving ze, naar ze later vertelde, 'iets, dat ik nooit kan uitleggen. Nooit zal ik de majesteit van Gods tegenwoordigheid in de hemel vergeten.' Ze liep daarna de heuvel weer af en kwam terug in haar lichaam. In een straal van licht zag ze woorden als van ivoor, vijf centimeter hoog: 'Ik ben de opstanding en het Leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.' Toen ze die woorden wilde aanraken, voelde ze hoe haar koude lichaam warm werd. Ze duwde het laken van haar gezicht. Het bleek, dat ze geheel genezen was. Mevrouw Bossert, die in 1948 een uur lang dood was, vertelde na terugkeer, dat ze open poorten had gezien en een verblindende geest, die ernaast stond. Vanuit het noorden hoorde ze liefelijke muziek. In dezelfde richting zag ze een groot licht. De zakenman Jewel Rose was door zijn artsen opgegeven. Op gebed van vrienden kwam hij tot het leven terug. 'Ik bezocht de prachtige poort,' vertelde hij aan zijn vrouw. 'Ik wilde er binnengaan, maar de Heer zond me terug om het Evangelie te verkondigen en van zijn heerlijkheid te getuigen.' Hij had daarbij de indruk gekregen, dat hij daarvoor zeven jaar de tijd had. Inderdaad overleed hij zeven jaar erna... Beste lezer(es), zo zeker dat jij ook eens zult sterven, zo zeker is er leven na de dood. De bijbel spreekt hier heel duidelijk over. In openbaringen 22:14 staat: Gelukkig zijn zij die hun kleren wassen omdat zij van de levensboom mogen eten en door de poorten van de stad mogen binnengaan. Met andere woorden, wil jij straks na jou dood de hemelse poorten kunnen binnengaan dan zul je nu wel eerst van al jou zonden gereinigd moeten worden. 1 Joh. 1:7 zegt: Het bloed van Jezus, Gods Zoon, wast jou schoon van alle zonden. Roep Jezus dan nu aan in jou leven, vraag Jezus om in jou hart te komen, zodat Hij jou ook straks binnen de poorten van de hemel kan verwelkomen. Maar als jij je nooit tot Jezus bekeerd en je sterft in jou onvergeven zonden, dan zul je nooit Gods schitterende stad kunnen binnengaan en blijft alleen de hel nog maar over, want er staat in Opb. 21:27 dat er niets onreins in de hemel binnenkomt, maar alleen de mensen die in het boek van het Lam, Jezus Christus, geschreven staan mogen door de poorten binnengaan en voor altijd en eeuwig in de volmaakte vrede, geluk en harmony met Jezus en de verlosten leven... Klik hier als je niet weet wat je moet doen om in de hemel te komen, of als je geen zekerheid hebt over jou eeuwige bestemming... NAAR AFL.18 STAD 
| |