Zelfstandige naamwoorden worden met de lidwoorden de, het en een gecombineerd. De en het zijn bepaalde lidwoorden, een is een onbepaald lidwoord. O is onzijdig ( het) V is vrouwelijk ( de) M is mannelijk ( de) De- woorden - De namen van de seizoenen: de lente, de zomer, de herfst, de winter, ( maar het voorjaar, het najaar)
- De namen van rivieren en van bergen: de Amstel, de Etna.
- De namen van letters of klanken: de a, de b, de z.
- De namen van cijfers: de nul, de acht, de een, de tien.
- De namen van muziekinstrumenten: de viool, de gitaar ( maar : het orgel, het clavecimbel).
- De namen van ziekten: de griep, de pest.
- Zelfstandig naamwoorden afkomstig van een werkwoord: de stap, de val, de schreeuw.
- Zelfstandig naamwoorden op - heid: de schoonheid, de waarheid, de meerderheid.
- Zelfstandig naamwoorden op- ing: de opening, de wandeling, de behandeling.
- Zelfstandig naamwoorden op - te of - de: de menigte, de liefde, de breedte, de aarde.
- Zelfstandig naamwoorden op -ij: de bakkerij, de slagerij, de maatshappij. Let op: het schilderij, het gerij, het gevlij.
- Zelfstandig naamwoorde op - ica: de logica.
- Zelfstandig naamwoorden op - theek: de apotheek, de vedeotheek.
- Zelfstandig naamwoorden op -nis, -st, -schp, -ie, -iek, -teit, -tuur, -suur, -ade, -ide, -ode, -ude, -age, -inte, -se, - ee, -ea, -oea, -sis, -xis, -tis; de kennis, de vergiffenis, de kunst, de winst, de wetenschp, de discussie, de theorie, de natie, de muziek, de universiteit, de stabiliteit, de natuur, de censuur, de methode, de disciplint, de analyse, de alinea, de crisis, de syntaxis.
- Meervoud: de bomen, de bloemen, de markten.
- Beroepen: de bakker, de slager, de docent.
- Groente, fruit, bomen en planten: de sla, de appel, de spar, de den, de roos, de tulp.
- Namen van mannen en vrouwen: de man, de vrouw, de ober, de lerares. Let op: Het mens ( scheldwoord voor vrouw) het wijf, het mannetje, het meisje. Verkleinwoorden vannamen van mannen en vrouwen zie het- woorden.
Het - woorden: - De namen van windrichtingen: het westen, het zuidoosten.
- De namen van metlaen: het goud, het zilver.
- De namen van talen: het frans, het Nederlands.
- De namen van spelen en sporten: het voetbal, het honkbal.
- Land- en plaatsnamen die nader gekwalificeerd worden: het mooie Friesland.
- Zelfstandig naamwoorden die eindigen op een verkleinwoord: het boompje, het boekje.
- Zelfstandig naamwoorden die zijn afgeleid van het hele werkwoord: het wachten, het schreeuwen.
- Zelfstandig naamwoorden op -isme en - asme: het idealisme.
- Zelfstandig naamwoorden die zijn afgeleid van werkwoorden en beginnen met ge-: het gepraat, het gedoe, het gezeur.
- Zelfstandig naamwoorden op metn, -sel-: het testament, het document, het mengsel.
- Zelfstandig naamwoorden op- um: het centrum, het museum.
- Zelfstandig naamwoorden met twee lettergrepen die beginnen met be-, ge- ver- en ont-: het begin, het gevoel, het vertrek, het ontbijt.
Let op ! Hieronder staan enkele woorden die zowel met de als met het gecombineerd kunnen worden zonder dat er een betekenisverschil ontstaat. - aanrecht
- afval
- deksel
- figuur
- hars
- omslag
- roest
- sap
- schort
- silhouet
- soort
- subsidie
- vuilnis
Hieronder staan enkele woorden die in de ene betekenis met de gecombineerd worden in de andere betekenis met het. De aas - het aas de bal, ballen -het bal, bals de blik, blikken - het blik, blikken de bos , bossen -het bos, bossen De bot - het bot De doek - het doek De hof - het hof De idee - het idee De jacht - Het jacht, jachten
|